Leerlingen gaan naar het theater in Brussel
Trofee voor het Nederlands 2010
Olivia Charels domineert nu ook het ICKKF open...
20 jaar G-O!
planning huiswerkklas
We wensen je een fijne start toe.

Leerlingen gaan naar het theater in Brussel

Op dinsdag 27 april zijn alle leerlingen van het zesde jaar a.s.o., onder begeleiding van de directeur, mijnheer Algoet, en de leraar Nederlands, mijnheer Blondeel, naar een toneelvoorstelling gegaan in de Bozar in Brussel. Het stuk heette Zoals de dingen gaan, geschreven en ook gespeeld door Peter De Graef, die zichzelf regisseerde. De Graef was de enige acteur in de voorstelling, verder was er wel nog Bo Spaenc, die de muziek verzorgde.

 

Vooreerst even een korte samenvatting van de inhoud van het toneelstuk. Het gaat over een man die al heel wat heeft meegemaakt in zijn leven en hierover vertelt. Op zevenjarige leeftijd plaatst zijn vader hem en zijn jongere broertje in een instelling. Dit komt doordat hun moeder zelfmoord heeft gepleegd ten gevolge van een postnatale depressie (ze kon niet tegen het gekrijs van haar jongste zoon). Na een mislukt huwelijk, doordat zijn vrouw hem bedroog met Marcel, de melkboer, en na het faillissement van zijn slippersbedrijf, vlucht het personage naar Afrika. Daar kan hij nog enige tijd slippers opkopen en verkopen, maar eens zijn fraude aan het licht komt, moet hij ook daarmee stoppen. Op een dag komt er een groep rebellen naar het dorpje waar hij verblijft en hij is de enige die niet op de loop is gegaan (hij maakt ’s nachts wandelingen, omdat hij niet kan slapen). De indringers hakken zijn armen af. Na deze verschrikkelijke gebeurtenis is hij terug naar België gekomen. Uiteindelijk concludeert het personage dat hij nu eigenlijk gelukkiger is, omdat hij voortaan rustig over het leven kan nadenken doordat hij toch niet veel anders meer kan doen. Hij kan kalmer leven en zijn tijd nemen om alles rondom zich te bewonderen.

 

Het personage is een eerder onopvallende man. Hij is wel vrij naïef, onder andere omdat hij steeds opnieuw in de smoesjes trapt die zijn vrouw en Marcel uitvinden om hem het huis uit te krijgen. Maar hij is ook heel moedig, in die zin dat hij steeds blijft doorzetten na elke tegenslag en het dus niet zomaar opgeeft.

 

De acteur maakte op diverse manieren gebruik van zijn stem. Zo gebruikte hij zijn stem om te roepen of te fluisteren, maar ook om Afrikaanse klanken uit te stoten en om te zingen. Hij bootste ook geluiden na, zoals dat van een hagedis.

 

Ook zijn taalgebruik was heel rijk, hij bespeelde verschillende taalregisters. Meestal sprak hij met een duidelijk Antwerps accent. Hij paste telkens zijn taal aan naargelang de leeftijd die hij uitbeeldde. Zo sprak hij op een heel kinderlijke manier op het moment dat hij over zijn jeugd praatte. Hij sprak ook vaak op een lijzige toon met langgerekte klinkers. Op het moment dat hij over Afrika praatte, sprak hij soms in een Afrikaanse taal.

 

Het decor was heel sober; het enige wat echt opviel, was het grote doek dat omhoog hing. Verder stonden er enkel wat vreemde instrumenten op het podium. Deze werden bespeeld door Bo Spaenc. De muziek diende vooral om sfeer te creëren, maar de liedjes dienden ook om de verschillende bedrijven van elkaar te onderscheiden. In het totaal waren er drie bedrijven.

 

Ook het licht speelde een belangrijke rol in het creëren van sfeer. Achter het grote doek stonden namelijk lampen die op het moment dat er over Afrika verteld werd een geel-oranje licht op het doek wierpen. Dit creëerde een sfeer van warmte, wat natuurlijk heel toepasselijk was voor Afrika. Op het moment dat er over België werd gepraat was het licht wit-blauw.

 

Verder was er ook wel heel wat interactie met het publiek. Zo stelde het personage vragen aan het publiek, maar hierop werd niet geantwoord, aangezien het eerder retorische vragen waren. Hij stelde onder meer vragen over de zin van het leven en over de voorstelling van de werkelijkheid. Dit droeg er o.a. toe bij dat het stuk een schoolvoorbeeld van postmodernisme kan genoemd worden, naast het ontbreken van een rechtlijnige plot, het fragmentarische vertellen en het minimalistische decor.

 

Ik vond het zeer sterk geacteerd door Peter De Graef, hij heeft zijn rol op een heel geloofwaardige manier gebracht. Hij heeft ook op een heel geslaagde manier de illusie gecreëerd dat hij geen armen had (sommige leerlingen dachten dat hij echt geen armen had). Het stuk was best grappig, maar voor mij had het iets korter mogen zijn. Toch was het een geslaagd toneelstuk met een goede portie humor.

 

Sarah Hernalsteen, 6 Moderne Talen - Wetenschappen