
Deze a.s.o.-studierichting is sterk abstract-theoretisch georiënteerd. De vorming heeft een uitgesproken doorstromingskarakter, d.w.z. ze is gericht op vervolgstudie in het hoger onderwijs.
Het vak Latijn laat de leerlingen kennismaken met de oorsprong van onze taal en cultuur en geeft een brede, algemene vorming. Tegelijkertijd worden studievaardigheden aangescherpt die degelijk voorbereiden op hoger onderwijs, zowel in humane als in positieve richtingen.
De Latijnse taalstudie (vooral tweede graad) ontwikkelt bij de leerling het abstract denken en geeft een dieper inzicht in de structuur van de taal. De lectuur van Latijnse auteurs brengt de leerlingen in contact met de de pijlers zijn van onze westerse wereld.
Deze studierichting wordt in de tweede graad aangeboden in twee verschillende ‘smaken’. Je kan kiezen voor de richting Latijn met een programma van 4u. wiskunde, aangevuld met iets meer moderne vreemde talen. Je kan ook kiezen voor de variant met 5 u. wiskunde. De eerste variant richt zich eerder op leerlingen die in de derde graad kiezen voor Latijn - Moderne talen. De variant met 5 u wiskunde bereidt eerder voor op Latijn – Wiskunde, Latijn - Wetenschappen, Wetenschappen - Wiskunde in de derde graad.
Logische overgangen naar studierichtingen in de derde graad:
Noodzakelijke belangstellingspunten:
Noodzakelijke attitudes en vaardigheden,
Eisen inzake hoofd- en richtingsvakken
Latijn
Wiskunde