
De richting Humane Wetenschappen wil als a.s.o.-richting een brede vorming bieden en voorbereiden op hoger onderwijs.
De vakken van de basisvorming (27 lestijden per week) zijn dezelfde als die van de andere ASO-richtingen.
In de vakken cultuurwetenschappen (2u/w) en gedragswetenschappen (3u/w) van het fundamenteel gedeelte worden eigen accenten gelegd. In het derde en het vierde jaar zullen de leerlingen in de eerste plaats leren om de mens en de samenleving te observeren en te beschrijven. Ze leren om op een methodische wijze informatie te verzamelen. In een tweede fase zal het goed observeren moeten leiden naar het formuleren van correcte analyses en verklaringen. Op het einde van de tweede graad wordt een aanzet gegeven tot het schrijven van gefundeerde syntheses die gebaseerd zijn op eerder aangeleerde vaardigheden van observatie en analyse.
Ten slotte is het ook de bedoeling om via de studie van mens (gedragswetenschappen) en samenleving (cultuurwetenschappen) te komen tot een beter zelfbegrip.
De studierichting ‘Humane wetenschappen’ richt zich tot leerlingen die:
Wanneer je op het einde van het tweede jaar van de eerste graad kiest voor de richting Humane wetenschappen, is het de bedoeling om deze richting verder te blijven volgen tot in het zesde jaar. Overgangen naar andere richtingen zijn niet zo vanzelfsprekend omwille van de eigen specifieke kenmerken van de richting.
Na het zesde jaar is het de bedoeling dat je verder studeert. Deze richting bereidt voor op een carrière in het onderwijs of in de sociale of culturele sector. Humane wetenschappen kan ook voorbereiden op richtingen als de letteren en wijsbegeerte, psychologie, pedagogische wetenschappen, orthopedagogie, sociologie.